Wil jij met mij spelen?

‘Mama, mag ik van jou een afspraak?’. Dit is de telkens terugkerende vraag van mijn vierjarige dochter, of ze met een vriendje of vriendinnetje uit school mag spelen. Sinds haar allereerste speelafspraakje in oktober (toen zat ze nog maar enkele weken op school) is ze eraan verslaafd! Als het aan haar ligt speelt ze elke dag wel met iemand anders, en het liefst, bij diegene thuis. Waar vele vierjarigen nog niet bezig zijn met speelafspraakjes (en als ze dat wel zijn dan het liefst in hun eigen huis), maakt Olivia er een sport van om zo vaak mogelijk bij iemand anders thuis te spelen.

Het begint ’s ochtends al met de vraag of ze die dag een speelafspraakje mag. Nadat papa haar op school heeft afgezet, komen de eerste Whats App berichten van moeders binnen met de mededeling dat Olivia heeft gevraagd of ze bij hen kan komen spelen. In de meest gunstigste geval komt dan een afspraak tot stand, zo niet, sta ik net als alle andere mama’s, papa’s, opa’s en oma’s even na drieën op het schoolplein te wachten totdat de bel gaat. Een voor een komen de kleutertjes naar buiten en roepen vrolijk ‘hoi’ tegen hun (groot)ouders. Mijn kleutertje komt daarentegen de klas uitgerend al roepend ‘mag ik bij Lisa spelen?’ ‘Ook hallo Olivia, was het vandaag leuk op school?’. ‘Ja, maar mag ik bij Lisa spelen?’ Aan mij de schone taak om uit te leggen dat Lisa vandaag naar de opvang gaat en dus geen speelafspraakje kan maken.

Terwijl ik Olivia’s schooltas dichtrits, komt vriendinnetje Roos met haar moeder de klas uitlopen. Olivia is er als de bliksem bij, als ik mij omdraai is ze al druk in gesprek met de moeder van Roos. ‘Ja mama, het mag van de mama van Roos!’ roept Olivia mij toe, en ik loop naar mijn dochter toe. Eenmaal in gesprek blijkt dat het beter uitkomt als Roos met ons mee naar huis gaat. De eerste euforie over haar speelafspraakje verdwijnt als sneeuw voor de zon als Olivia zich beseft dat ze niet uit spelen kan. Haar lipje begint te trillen en algauw bungelen de eerste tranen over haar gezichtje. De teleurstelling van thuisspelen is bijna net zo groot als helemaal geen speelafspraakje hebben. Vanuit mijn ooghoek zie ik Roos en haar moeder ietwat verward toekijken.

Na Olivia getroost te hebben worden de dames in de bakfiets geladen, we zwaaien nog even naar de moeder van Roos en onderweg komt een heerlijk geklets van de meiden uit de bakfiets. Eenmaal thuis vermaken de meiden zich kostelijk. Ik heb ze de hele middag niet gezien maar hoor een hoop gegiechel uit de speelkamer komen. Voordat we er erg in hebben is het vijf uur en wordt Roos door haar moeder opgehaald. De dikke pret maakt algauw plaats voor groot verdriet met het besef dat de leuke middag tot een einde moet komen. In een poging om de pret nog voort te zetten vraagt Olivia vraagt of Roos mag blijven eten, maar ik moet haar voor vanavond teleurstellen. ‘Binnenkort schat. We spreken een keer op een vrijdag af als jullie de volgende dag niet naar school hoeven.’ Met deze belofte nemen wij afscheid van Roos. Ik doe de voordeur dicht en vraag aan Olivia of ze een leuke dag heeft gehad. ‘Ja, maar mama. Mag ik morgen weer een afspraak?’